Inleiding

Waarom de Tweede Wereldoorlog op de site van de school?

Ieder jaar worden op 4 mei in Bergentheim, net als in de rest van Nederland, de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht.

Ook de kinderen van de beide basisscholen dragen jaarlijks hun steentje bij aan deze herdenking. Bij het monument op het kerkhof leggen de kinderen een krans en op enkele graven worden bloemen gelegd. Daarna wordt er bij het monument aan de Kanaalweg West een krans gelegd.

Eens in de vijf jaar wordt er een stille tocht gehouden vanaf het monument aan de Kanaalweg West naar het monument op het kerkhof.

In de lessen op school, voorafgaand aan deze herdenking, wordt extra aandacht besteed aan de Tweede Oorlog. We staan dan ook stil bij de ingrijpende gebeurtenissen die in Bergentheim hebben plaatsgevonden, waarbij o.a. de volgende vragen beantwoord worden:

- Waarom leggen we kransen bij de monumenten?

- Waarom op 4 mei?

- Welke namen staan er op de monumenten?

- Waarom staan juist deze namen er op?

Deze website is een extra middel om de kinderen betrokken te houden bij de gebeurtenissen die plaatsvonden in de Tweede Wereldoorlog in Nederland en in het bijzonder in Bergentheim.

Mocht u opmerkingen, vragen, etc. hebben, neem dan contact op met Herman Bril:
 

Toeval en Wraak

Tijdens de jaarlijkse herdenking in 1995 bij het monument aan de Rademakersbroek karakteriseerde burgemeester Pannekoek van de gemeente Wisch de gebeurtenissen rond 2 maart 1945 met de twee woorden Toeval en Wraak. Op deze pagina wordt beschreven waarom die twee woorden wel heel toepasselijk zijn voor de gebeurtenissen die leidden naar 2 maart 1945.

Wat vooraf ging:

Het centrum van verzet in Bergentheim was de boerderij van Derk Jan te Rietstap aan de Van Rooyenswijk (nu van Royensweg).

Hier maakte men plannen om de Duitsers zoveel mogelijk dwars te zitten en onderduikers te helpen. Enkele leden van deze groep waren: Derk Jan te Rietstap, Gerrit Jan Ormel, Geert Salomons en Geert Theissens. Dit viertal was ook nauw betrokken bij de K.P. (Knok Ploegen). Deze groep heeft een distrutiekantoor in Coevorden overvallen, waarna de hele groep, met buit, zich verborgen heeft gehouden in de schuur van Salomons.

De vier zojuist genoemde mannen, waren ook lid van de Trouwgroep. Zij zorgden voor de verspreiding van de illegale Trouw in deze omgeving. Men was zelfs van plan een drukkerij in Bergentheim te plaatsen, zodat ook hier de Trouw gedrukt kon worden. Hiervoor werden de Trouw-exemplaren door koeriersters helemaal uit Groningen gehaald, wat natuurlijk het nodige gevaar met zich meebracht.

Maar. voor dat de plannen m.b.t. de eigen drukkerij uitgevoerd konden worden, speelde zich een enorm drama af.

 

11 januari 1945

De hervormde dominee C.Dijkhuis, werd door de Duitsers gezocht. Hij moest gevangen genomen worden. Maar bij een overval op de pastorie bleek hij niet meer aanwezig. Hij had een seintje gekregen dat de Duitsers hem kwamen halen, maar de vogel was gelukkig gevlogen. Met lege handen moesten de Duitse soldaten weer vetrekken.







De pastorie waarin ds. Dijkhuis woonde.
Deze is later afgebroken om plaats te maken voor de bakkerij.







Bij zijn vlucht kon ds. Dijkhuis bijna niets meenemen. Het stond wel vast dat de Duitsers weer terug zouden komen om de pastorie leeg te roven en om belangrijke documenten in beslag te nemen. Hermannus Schuurman en Albert Bols wilden de Duitsers voor zijn en besloten de belangrijke documenten uit de pastorie te halen en deze te verstoppen.

Zeer waarschijnlijk zijn ze gezien en verraden. Enkele leden van het Duitse Kontroll-Kommando van het kamp Erika bij Ommen verrasten de beide "verhuizers". Hermannus Schuurman en Albert Bols konden nog maar net ontsnappen. Helaas moesten ze hun fietsen achterlaten. Dit was anders niet zo erg geweest, maar op hun fietsen zat een adresplaatje, waardoor ze eenvoudig opgespoord konden worden. Donderdagavond 11 januari om 10.00 uur werd Albert Bols als eerste gearresteerd. Hierna werd Hermannus Schuurman opgepakt. Beide werden gevangengezet in kamp Erika.

Na verschrikkelijke mishandelingen hebben zij de namen genoemd van de andere Bergentheimers die in het verzet zaten.

 

                                                                                                                    de ingang van kamp Erika bij Ommen.


12 januari 1945

Hierop volgde de arrestatie van de volgende mannen: Herm. Schuurman, A.Timmerman, G.Griemink, W.v.d.Sluis, G.Luchies, G.Salomons, D.J. te Rietstap, G.J.Ormel, W.Oordt, R.Seinen en W.Berends. Ze zijn allemaal naar het kamp in Ommen gebracht, waar ze door de Duitsers zijn verhoord. De Heer J. te Rietstap was bij de arrestatie van zijn broer, op de boerderij. Hij vertelt het volgende:

 

"Het was vrijdag 12 januari, om ongeveer 12.00 uur 's middags, dat een tweetal leden van de N.S.K.K. uit het kamp Ommen binnenkwam, om mijn broer te arresteren. Het waren de beruchte "Nederlander" Diepgrond en een zekere de Jong, een Duitser, hoewel zijn naam nogal Nederlands klinkt. Twee anderen stonden buiten. We hadden juist gegeten. Mijn broer zei: "Mag ik even danken met mijn gezin?" Dat mocht. Diepgrond reageerde: Ik ben blij, dat ik niet zo'n vroom christen ben als jij." Bij de arrestatie vroegen ze mijn broer onmiddellijk naar Henk de Bakker en Evert Schippers. Henk de Bakker was die morgen om tien uur juist weggefietst. Mijn broer zei: "Zeker ken ik die. Henk de Bakker is een oude kennis, maar ik weet niet waar hij tegenwoordig zit en Evert Schippers zat met mij in de kerkenraad, maar waar hij nu is weet ik ook niet ...." De Duitser reageerde: "Iedereen kent Schippers hier, maar niemand weet waar hij zit. Maar reken er op, dat we ze beiden nog krijgen zullen." De zwager van mijn broer, Gerrit Jan Ormel, heeft gezien dat er bij ons iets aan de hand was, maar hij is helaas niet gevlucht. Hij heeft vermoedelijk gedacht dar er naar onderduikers werd gezocht. Van ons zijn ze naar hem gereden. Hij is gearresteerd en meenomen. Ze zijn allemaal naar Ommen gebracht. Mijn broer en Ormel hebben ruim een week in de beruchte bunker gezeten. De voeten van mijn broer waren totaal bevroren, hij is zwaar mishandeld.

 

Op het moment dat de Duitsers Salomons wilden arresteren was hij niet thuis. Maar helaas, toen de Duitsers wegfietsten kwam Salomons hen tegemoet. Het was 11.45 uur en hij was op weg naar huis. Het was allemaal wel goed gegaan, als de beruchte Bonko Rotgers er niet bij was geweest. Bonko Rotgers kende Salomons, omdat hij zelf ook in Bergentheim woonde. Deze man werkte als verrader bij de S.D. (sicherheitsdienst). Salomons werd staande gehouden, gearresteerd en naar het kamp in Ommen gebracht.

                                         De barakken in kamp Erika.

 

ca. 18 januari

De groep gevangenen wordt overgebracht naar het Huis van Bewaring in Almelo.
Wat hier gebeurt mag in mijn ogen best omschreven worden als een wonder. Eén van de Bergentheimse gevangenen is dhr. Feddes.  Zijn vrouw is op het moment van de arrestatie, hoog zwanger. Zij gaat naar het Huis van Bewaring in Almelo. Hier vraagt/smeekt ze om de vrijlating van Geert, omdat zij als zwangere vrouw zich niet kan redden zonder haar man. En wonder boven wonder wordt dhr. Feddes vrijgelaten.

 

ca 8 februari

Opnieuw wordt de groep overgeplaatst, nu naar de gevangenis "De Kruisberg" te Doetinchem.

 

26 februari

Per toeval stuiten op 27 februari 3 Duitse landmeters op de vervallen boerderij "De Bark", dicht bij Varsseveld. Met de oprukkende geallieerden in het vooruitzicht, bereiden ze zich voor op de verdediging. "De Bark" lijkt hen uitstekend geschikt als opslagplaats, terwijl in het omliggende gebied geschutsstellingen worden ingetekend. De drie officieren gaan de boerderij binnen en zien dingen, die kunnen leiden tot de ontdekking van de 30 verzetsstrijders die daar wonen. De drie officieren en hun chauffeur worden door de verzetsstrijders gevangen genomen. De verzetsstrijders proberen de 4 Duitsers over te halen om te deserteren, omdat de oorlog toch niet zo lang meer zal duren. De Duitsers weigeren dit. Hierop besluit de leiding van "De Bark" de vier Duitsers op te hangen. Om een wraakactie te voorkomen, besluit men een auto-ongeluk in scene te zetten. De auto met de vier Duitsers wordt in Varsseveld van de weg gereden. In de auto zijn twee springladingen aangebracht, om de auto te laten ontploffen. Helaas mislukt deze actie; één van de springladingen ontploft niet. Een Duitse patrouille, ontdekt later de auto.


                         Boerderij "de Bark" 
 

27 februari

Na een kort onderzoek, ontdekken de Duitsers al snel, dat dit geen ongeluk is, maar dat de vier door ophanging of door wurging om het leven zijn gebracht. De woedende bezetters eisen wraak en willen dat de NSB-burgemeester vijftig inwoners van Varsseveld aanwijst om gefusilleerd te worden. De burgemeester krijgt het voor elkaar dat er niet gekozen hoeft te worden uit de inwoners van Varsseveld, maar dat de Duitsers "genoegen" nemen met een aantal politieke gevangen uit gevangenis "De Kruisberg".


 


 

2 maart

De 46 gevangenen worden met vrachtauto's naar de plaats gebracht waar de auto met de vier officieren werd gevonden. In een korenveld achter de boerderij van de heer Kraaijenbrink worden ze door de executiemilitairen doodgeschoten. De 46 slachtoffers moeten door boeren uit de omgeving naar de begraafplaats worden gebracht. Hier worden ze door gemeentearbeiders begraven in een massagraf. Als boer Kraaijenbrink later dat jaar het graan oogst, valt hem op dat het graan, op de plek waar de 46 Nederlanders zijn gefusilleerd, hoger is dan het andere graan. Hij haalt dit graan apart binnen en bewaart deze graankorrels. De graankorrels worden later in een glazen stolp gedaan en vormen tot op heden onderdeel van het monument.                                                  Gevangenis "de Kruisberg"





 Het monument met in het middan de stolp met graankorrels.

4 maart (zondag)

In Bergentheim weet men nog van niets. Die morgen zou ds. Pieffers voorgaan in de gereformeerde kerk. Hij kwam niet. De dominee had te horen gekregen wat er met de Bergentheimers was gebeurd en ging naar de nabestaanden, om die op de hoogte te brengen van de rampzalige gebeurtenissen. De verslagenheid in het dorp was enorm.

 

26 april

Het gemeentebestuur van Wisch, waaronder Varsseveld valt, geeft toestemming en veel hulp, om de stoffelijke overschotten op te graven. Deze worden geïdentificeerd door Arend Mulder en Jan Ormel.

 

27 april

De stoffelijke overschotten worden herbegraven op het kerkhof in Bergentheim.

Het monument op de begraafplaats te Bergentheim

Op de begraafplaats in Bergentheim zijn op 27 april 1945 twaalf verzetsstrijders tijdens een zeer bijzondere plechtigheid herbegraven. Zij werden op 2 maart 1945 samen met 34 anderen bij Varsseveld als represaille gefusilleerd. De graven liggen in een halve ovaal, aan de achterzijde begrensd door een gemetselde wand waarop plaquettes zijn aangebracht met de namen en enkele andere gegevens. In het midden staat op de muur een afgeknotte klassieke zuil: symbool van standvastigheid, maar ook van een gewelddadig en voortijdig einde.

                                                     
Op het sobere monument is de volgende tekst aangebracht:

Strijders voor God, Nederland en Oranje,

Gefusilleerd te Varsseveld, 2 maart 1945

Zij hebben den goeden strijd gestreden

Zij hebben den loop geëindigd

Zij hebben het geloof behouden;

Voorts is hen weggelegd

De kroon der rechtvaardigheid.

2 Tim. 4:7 en 8a

 

Gods liefste, tot de dood getrouwe kind'ren

Zijn stervende den antichrist te sterk,

Want hun vergoten bloed is 't zaad der kerk:

Wat macht ter wereld zou hun bloei verhind'ren?


De graven zijn bedekt door een bed van grind, terwijl aan de achterzijde van de muur het monument wordt begrensd door een rij in kegelvorm gesnoeide taxussen.

Familieleden en nabestaanden hebben na de oorlog blijkbaar genoeg motivatie gehad om te besluiten tot deze gemeenschappelijkheid. Niet alleen werden deze verzetsstrijders op ongeveer dezelfde datums gearresteerd, ook hun sterfdatum was dezelfde, maar vooral waren ze met elkaar verbonden in hun verzet tegen de vijand. Ze worden met name genoemd (in de grafvolgorde van links naar rechts).

Albert Bols, geboren 19-12-1909 te Ambt Hardenberg. Hij was controleur bij de CCD, de Crisis Controle Dienst en had i die hoedanigheid ruime bewegingsvrijheid. Hij was vooral betrokken bij het onderduikerswerk en de illegale distributie van bonkaarten. Hij is 35 jaar geworden.

 

Hermannus Schuurman, geboren 25-2-1914 te Ambt Hardenberg. Hij was evenals A.Bols controleur bij de CCD en werkte nauw met hem samen in het verzetswerk ten behoeve van onderduikers. Hij is 31 jaar geworden.

 

Gerrit Griemink, geboren 9-11-1917 te Emmen. Hij was ambtenaar R.K.B. in welke hoedanigheid hij de voorraden turf moest controleren. Voor zijn verzetswerk had hij zich aangesloten bij een actieve cel van de NBS (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten). Hij is 27 jaar geworden.

 

Roelof Seinen, geboren 19-9-1912 te Meppel. Hij was opzichter bij Rijkswaterstaat. Voor het verzetswerk was hij aangesloten bij de NBS. Hij is 32 jaar geworden.

 

 

 

Gerrit Luchies, geboren 9-8-1886 te ambt Hardenberg. Hij was landbouwer en behoorde ook bij de groep van de NBS. Hij is 58 geworden.

 

Willem van der Sluis, geboren 3-4-1910 te Avereest. Hij was schilder. Ook hij was actief lid van de NBS. Hij is 34 jaar geworden.

Gerrit Jan Ormel, geboren 13-11-1910 te Dinxperlo. Hij was landbouwer en vooral betrokken bij het distributiewerk van de illegale krant Trouw. Hij is 34 jaar geworden.

 

Albert Timmerman, geboren 11-1-1898 te Gramsbergen. Hij was landbouwer en verzetsman bij de NBS. Op zijn boerderij was een wapendepot van deze groep verstopt. Hij is 47 jaar geworden.

Derk Jan te Rietstap, geboren 7-4-1913 te Zelhem. Ook hij was landbouwer en zwager en buurman van G.J.Ormel. Zijn boerderij was voor deze streek het centrum van waaruit Trouw werd gedistribueerd. Daar werden ook de vergaderingen van de groep gehouden. Hij is 31 jaar geworden.

 

Wolter Oordt, geboren 27-8-1919 te Ommen. Hij was werkzaam als landbouwvoorlichter en ook actief in de Trouwgroep. Hij is 25 jaar geworden.

 

 

 

Geert Salomons Lzn., georen 10-6-1914 te ambt Hardenberg. Ook hij was landbouwer aaan de van Royenswijk en hij was zowel actief in de Trouwgroep als bij de NBS. Hij is 30 jaar geworden.

 

Hermannus (Mans) Grendelman, geboren 16-6-1913 te Ambt Hardenberg. Hij deed mee aan verzetsacties bij de NBS, o.a. bij de ontvangst van wapendroppings en opslag en distributie van wapens. Hij is 31 jaar geworden.

Het monument aan de Kanaalweg West

Het monument voor de gevallenen in Bergentheim staat in een plantsoen bij de brug. Het bestaat uit een massief zandstenen zuil op een grote vierkante blokvormige voet. Op de hoeken zijn bladdecoraties aangebracht: wellicht acanthusbladeren waar ook kapitelen van zuilen in de Griekse Oudheid werden versierd. De spits van de zuil wordt ingenomen door een knopvormig element. Aan de voorkant (kanaalzijde) staat de tekst:

                                                                                             

                                                                                       Het monument bij de brug

                                                         

Ter nagedachtenis aan de illegale strijders 1940 - 1945.

Als de vijand 's lants vrijheyt druckt te seer,

met moord en brand dat noch vervulde meer,

heeft dese schaer sich tegen hem gekant,

end'opgeset sijn goet en bloet voor 'lant.
 

De tekst aan de achterzijde luidt:

 

Gevallen voor GOD,

KONINGIN en VADERLAND

 

Aan de linkerzijde zijn de volgende namen te lezen:

A.Bols, G.Griemink, G.Luchies, G.J.Ormel,

C.L. de Jong, A.Kremer, H.J.Post.

 

De namen aan de rechterzijde zijn:

D.J. te Rietstap, G.Salomons, Lzn, H.Schuurman

R.Seinen, W. v.d. Sluis, A.Timmerman.

 

   

 

De personen die nog niet zijn genoemd bij het monument op het kerkhof zijn de volgende:

 

 

Cornelis Lucas de Jong, geboren 26-7-1921 te Ambt Hardenberg. Hij was ambtenaar bij de PTT en actief in de KP-Almelo. Hij is op 2-5-1945 in het kamp Wöbelin gestorven. Wöbelin ligt iets ten noorden van Ludwiglust, tussen Hamburg en Berlijn; in deze plaats was een buitencommando van het concentratiekamp Neuengamme gevestigd. Hendrik Jan Post, geboren 18-4-1902 te Heukelum. Hij was arts en actief in verzetswerk ten behoeve van onderduikers. Hij is slachtoffer geworden van een Duitse wraakactie waarbij 117 mannen werden geëxecuteerd als represaille voor de aanslag op Ranner

 

Albert Kremer, geboren 8-5-1905 te Ambt Hardenberg. Hij was actief lid van de Binnenlandse Strijdkrachten en in het zicht van de bevrijding op 5-4-1945 te Beerzerveld gefusilleerd.

De namen W.Grendelman en W.Oordt ontbreken op dit monument. Hun namen worden met ere vermeld op het monument in Mariënberg.

 

 

Her monument is ontworpen en vervaardigd door de firma Horstra te Sneek.
 

De monumentale herinnering in Varsseveld

                                              
 

Al snel na de bevrijding leeft in Varsseveld de wens om een gedenkteken

op te richten "dat eerbied wekt, tot nadenken stemt, opwekt tot nieuwe

daden in en voor ons Vaderland en dat aanpast aan onzen Volksaard".

Op 4 mei 1949 worden in Varsseveld twee monumenten onthuld:

Het monument aan de Rademakersbroek ter herinnering aan

de 46 gefusilleerde verzetsstrijders en het algemene oorlogs- en

verzetsmonument aan de Prinses Irenestraat waarop ook de namen van

"de twaalf uit Bergentheim staan".

Het monument aan de Rademakersbroek

Het monument bestaat uit een gemetselde muur met daarin plaquettes met

tekst en namen. Onder de centrale tekst is een glazen stolp met daarin

graankorrels geplaatst. De muur wordt aan weerszijden geflankeerd door twee

gemetselde banken, elk voorzien van een beeld van een wapendragende

leeuw, symbool van moed en vastberadenheid. De muur is aan de bovenzijde

voorzien van een drietal gebeeldhouwde symbolen: een kruis, een anker en een hart, die resp. staan voor geloof, hoop en liefde. Terzijde van het toegangspad staat een vlaggenstok.

 

 

De tekst in de centrale cirkel luidt:

 

Warm bloed doordrenkt onze velden

En rijper rijpte hier het graan

O, mocht uit het offer dier helden

Zulk een oogst van vrijheid ontstaan.

 

2 maart 1945 1 april 1945

Ter herinnering aan de zes en veertig landgenoten;

op deze plaats op 2 maart 1945 door de vijand

gefusilleerd.

 

 

Op de beide plaquettes die aan weerszijden tegen de lagere muren zijn aangebracht zijn in alfabetische volgorde de namen van de gefusilleerden te lezen.

Heel bijzonder is de glazen stolp met graankorrels. Boer Kraaijenbrink had in de zomer van 1945 waargenomen dat de tarwe op de plek van de massamoord hoger en weliger groeide dan op de rest van de akker. Bij de oogst hield hij de halmen apart en bewaarde het graan van de met bloed bemeste aarde. De stolp is gevuld met deze korrels als een wel zeer speciale herinnering aan de doden. Bovendien verwijzen deze korrels naar de bijbels-christelijke metafoor van een graankorrel in de grond die sterft om een rijke oogst voort te brengen. De tekst van het gedicht duidt hierop en vormt daarmee met de concrete graankorrels een indrukwekkende eenheid. De muur met plaqettes en de banken vormen met bestrating, planten, struiken en bomen een strak symmetrisch en daardoor sober en stijlvol geheel.

  

Het monument is ontworpen door architect A.W.Helmich, geboren 9-6-1913 in de gemeente Wisch en in 1949 woonachtig te Breda. Hij kende de streek en de mensen en heeft de gevallenen op waardige wijze weten te eren. Elk jaar op 2 maart vindt er bij het monument een herdenking plaats.

                                
 

Het monument aan de Prinses Irenestraat in Varsseveld

Dit monument is aangelegd in een plantsoen. Centraal staat een beeldengroep op een sokkel, omgeven door een cirkelvormig perk met een doorsnede van ca. 50m dat is beplant met gras, heide en taxus. Twee halfronde gemetselde muren begrenzen het perk en accentueren de ronde vorm.

De beeldengroep bestaat uit drie figuren van ca. twee meter hoog die met de ruggen aan elkaar verbonden zijn. We zien een vrouwenfiguur met een bijbel in haar handen, een soldaat met een geweer aan de voet en een man met een spade voor zich. Het enigszins gestileerde drietal is daarmee een moderne variant van een zeer oude voorstelling van de gehele maatschappij: in de middeleeuwen onderscheidde men drie standen, nl. zij die strijden (de adel), zij die bidden (de geestelijken) en zij die werken ( de derde stand) Op de muren zijn achttien plaquettes aangebracht met de namen van de oorlogsslachtoffers, namelijk van:

- 7 Nederlandse soldaten, gesneuveld in mei 1940

- 6 omgekomen verzetsstrijders

- 46 omgekomenen op 2 maart 1945

- 3 in Indië omgekomen Nederlandse militairen.

Dit algemene oorlogsmonument in de gemeente is de plaats waar elk jaar op 4 mei de herdenking van de gevallenen plaatsvindt.

 

Het geheel is ontworpen door beeldhouwer N.A. van de Kreek, in 1948 wonende te Bussum.

De Linquenda

Soms komen verhalen op je pad, waarvan je denkt dat die ook interessant kunnen zijn voor inwoners van Bergentheim en andere belangstellenden. Zo ook dit verhaal over de zeiltjalk "De Linquenda".

In 1941 kocht de familie de Vries deze tjalk voor 10.000 gulden. De Linquenda verkeerde in prima staat. De vorige eigenaren zeiden dat als er ook maar één roestvlekje te vinden was, de geïnteresseerde kopers de tjalk gratis zouden krijgen.

De naam Linquenda betekent: "Eens moet ik u verlaten".

                                                                             
                                                                                                  De Linquenda

In 1944 werden er veel voer- en vaartuigen door de Duitsers gevorderd. Ook de Linguenda stond op de nominatie om gevorderd te worden. De familie de Vries was de Duitsers voor. Zij voeren met hun tjalk van Almelo naar Bergentheim, via het kanaal Almelo-de-Haandrik. In Bergentheim voeren zij de toenmalige "Van Roijenswieke" op. Bij de boerderij, waar nu de familie Peltjes woont, liep een smalle wijk, die net bevaarbaar was, het land in. In deze wildernis werd de Linquenda "geparkeerd". In de periode die volgde is de Linquenda vaak gebruikt als onderduikadres. Een spannende tijd voor de familie de Vries en de onderduikers. Iedereen wist in die tijd wat er gebeurde met onderduikers en met mensen die onderduikers hielpen.

Helaas is het schip aan het einde van de oorlog, wel door de Duitsers gevonden. Of dit door verraad is gekomen of door stomme pech, heb ik niet kunnen achterhalen. Gelukkig waren er op dat moment geen onderduikers aan boord. De Tjalk werd naar Vroomshoop gevaren, waar het volgeladen moest worden met goederen die naar Duitsland gebracht moesten worden. Om wat voor reden dan ook is dit niet gebeurd. De Duitsers waren plotseling verdwenen. Waarschijnlijk kwamen de geallieerden te dicht bij.

De plek waar de tjalk in Bergentheim heeft gelegen is nog steeds bekend. Het grootste gedeelte van de toenmalige wildernis is inmiddels landbouwgrond geworden. Naast het terrein van de fa. Ophof bevindt zich nog een stuk bos, met aan het eind een klein moerassig gedeelte. Hier heeft de Linquenda gelegen. Een zoon van GJ Waaijman vertelde mij dat hij er met een metaaldetector heeft gezocht naar overblijfselen en inderdaad doppen van flessen heeft gevonden uit WO2.
Er gaan ook geluiden op dat dit niet de preciese ligplaats is geweest, maar dat de tjalk juist aan de andere kant van het bos heeft gelegen. Als iemand het zeker weet, hoor ik het graag.

Helaas heb ik geen namen kunnen achterhalen van mensen die waren ondergedoken op de tjalk.

En de Linquenda zelf? Die vaart, op het moment van schrijven, nog steeds. Hij kan gehuurd worden door groepen voor dag- of weektochten.

                                                              

Verkregen informatie:

Voor het verzamelen van informatie heb ik gebruikgemaakt van de volgende bronnen:

 

- Rondom den Herdenbergh jaargang 2004, nr. 21/1

 

- Het boek "Karel Overijssel een Christenrebel" geschreven door H.W.Poortman.

 

- Internetpagina: http://www.tweede-wereldoorlog.org/JPvanderBel.html

 

- online archieven van de gemeente Hardenberg.

 

- Streekgids van de gemeente Aalten